De geschiedenis van de zorgverzekering in Nederland

De huidige regels omtrent de zorgverzekering bestaan sinds 1 januari 2006, maar ook voor die tijd was de zorg goed geregeld in Nederland.

Het huidige zorgverzekeringsstelsel in Nederland

Iedere Nederlander heeft het recht en de plicht om verzekerd te zijn. Dit is dan ook in de Grondwet geregeld: "De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid".

De overheid wil dat iedereen de nodige zorg kan betalen en heeft daarvoor twee volksverzekeringen ingesteld:

  • Wet langdurige zorg (Wlz)
  • Zorgverzekeringswet (Zvw)

De Wlz zorgt ervoor dat mensen die 24 uur per dag zorg nodig hebben, dit ook krijgen. Hierbij valt te denken aan zorg op medisch, geestelijk of lichamelijk gebied. Zieken kunnen kiezen voor zorg in een instelling of in het eigen huis. Als je zorg thuis wilt, kan dat vanuit een instelling of door iemand zelf te regelen via het persoonsgebonden budget.

De Zvw zorgt ervoor dat iedere Nederlander verplicht verzekerd is voor de basisverzekering. Ook staat daarin welke kosten vergoed moeten worden door de zorgverzekeraars. Doordat elke Nederlander verplicht zorgpremie voor de basiszorg moet betalen, komt de overheid je tegemoet via de zorgtoeslag. Mensen met een laag inkomen ontvangen zorgtoeslag om hun maandelijkse zorgpremie te kunnen betalen.

Het ontstaan van de eerste ziekenfondsen

In 1741 werd het eerste ziekenfonds opgericht. In eerste instantie heette dit De Timmermansbus, een gildebus in Nijmegen. Deelnemers aan deze bus moesten regelmatig geld storten en als iemand ziek werd, werd de dokter voor een deel uit deze pot betaald.

Rond 1780 werden de eerste ziekenfondsen opgericht. Deze kwamen voort uit de gildebussen of ziekenkassen van de oude ambachtsverenigingen. Zieke mensen die voor de zorg waren toegewezen aan de kerk of armenfondsen, konden ook bij deze eerste ziekenfondsen terecht.

Tot aan 1874 bestond er slechts één ziekenfonds in Amsterdam, namelijk het Algemeen Ziekenfonds Amsterdam dat werd beheerd door dokters. Amsterdamse timmermannen betaalden contributie aan dit fonds en vroegen of het geld ook in goedkopere arbeiderswoningen gestoken mocht worden. Dit verzoek werd door de dokters afgekeurd, waarna de timmermannen een eigen fonds opzetten, de Algemeen Onderling Ziekenfonds Door en Voor Werklieden. Dit was het begin van het ontstaan van veel verschillende ziekenfondsen in Nederland.

Vanaf 1900 konden arbeiders ook vaak terecht bij hun eigen werkgever voor de ziekenzorg. Sinds die tijd begint de Nederlandse overheid ook invloed uit te oefenen op de zorgverzekeringen. De Nederlandse Maatschappij voor geneeskunde kwam met een eigen regeling en verschillende zorgpakketten. Dit was de eerste echte basiszorg voor iedere Nederlander.

Verplichte zorgverzekering door de Duitsers

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was ongeveer 2/3 van de Nederlanders verzekerd voor zorg. In 1941 verplichtten de Duitsers dat iedereen met wat minder inkomen verzekerd moest zijn. De door Duitsland ingestelde verzekeringsplicht verdween pas in 2006.

In de tussentijd is het ziekenfonds regelmatig gewijzigd. In 1987 wilde men 85% van de zorgvoorzieningen onder brengen in een basisverzekering voor iedere Nederlander. Pas in 2006 werd dit idee definitief doorgevoerd in de nieuwe Zorgverzekeringswet.